De fantastische verhalen op deze pagina zijn bedoeld voor iedereen die wat meer wil weten over het fiere Brugge. 

 

Legende 1 - Hoe de Bruggelingen aan hun naam kwamen

In de BSK liederen komt er steeds één punt duidelijk naar voren, Bruggelingen zijn zotten. Maar zoals volgende legende ons leert, mogen we fier zijn op die naam, want het betekent dat wij pas echt kunnen feesten. Lees en leer.

 

Legende 2 - Hoe schoane de Brugsche meistjes zien

Iemand die vaak naar cantussen gaat kent wel het liedje, De Vlaamse meisjes.
De Vlaamse meisjes zijn zo schoon, ze zijn zo schoon…

 

Legende 3 - Den Brugsche Beer

Wie BSK kent, kent ook onze kreet: ertje, ertje, ertje, BRUGS BERTJE, daarom zal dit eerste verhaal over de Brugse Beer gaan.

 


Legende 1 - Hoe de Bruggelingen aan hun naam kwamen

Nadat ze Maximiliaan van Oostenrijk hadden gevangen gezet, had hij de Bruggelingen verboden nog langer hun grote en wereldberoemde jaarmarkt te houden. De Bruggelingen lieten Maximiliaan verder voor wat hij was en hij bekeek de Bruggelingen niet meer.

Tot er op een dag een nieuwe burgemeester werd gekozen. De nieuwe burgemeester had handelaarsbloed in de aderen, en hij wilde kost wat kost de stad nieuw leven in blazen en meer volk naar Brugge lokken. Maximiliaan bleef echter bij zijn besluit, geen festiviteiten meer in Brugge. 

De Bruggelingen besloten toen maar om het over een andere boeg te gooien. Ze nodigden den Oostenrijker uit op een dineetje. Dit zou plaats vinden op Heilig- Bloeddag. Om Maximiliaan van Oostenrijk te verwelkomen zouden ze de stoet terug laten uitgaan, en zou men hem nadien vragen om terug markten, stoeten, … te mogen houden. Broeder Overste van Sint Juliaans in de Boeveriestraat wou echter van de gelegenheid gebruik maken om een nieuw zothuis te vragen. De cafébazen bekeken hem met een scheef oog want brave zotten waren ook goede klanten. Alles werd in gereedheid gebracht en men zond een invitatie naar de keizer.

In Brugge had men geluk die dag, de zon scheen. De burgemeester zat naast de keizer op de tribune op de markt. En toen kwam de processie voorbij. Paters, pastoors en ander ongedierte der papen zeulden alle relikwieën, echte en valse die ze in hun kapellen en kerken konden vinden. Daarachter liepen de figuranten in de kleuren van de parochies. De gilden torsten fier hun banieren. De nonnetjes zongen en de seminaristen, wel die loerden naar de mooie meisjes op de tribune.

Toen de stoet voorbij getrokken was werden de Bruggelingen pas echt wakker. Ze dromden de herbergen binnen en trakteerden iedereen. Tegen de avond ging men aan tafel. Aan het dessert gekomen meende de burgemeester dat de tijd rijp was om zijn vragen te stellen.

"Majesteit," zei hij, "je hebt Brugge bewonderd, zijn Belfort, zijn kerken, zijn herenhuizen, zijn werkmanswoonsten, ... Maar weet u wat er ontbreekt? Weer markt houden, en processies. En onze broeders zouden ook graag een nieuw zothuis hebben." De keizer dacht na, markten brachten belastingen op dus stond hij het toe. Maar een nieuw zothuis? In gedachten zag hij opnieuw de stoet en de feestvierende Bruggelingen. De keizer zei: "Sluit de poorten van je stad zodat er geen enkel Bruggeling meer uit kan. Brugge is één groot zothuis. Ik heb hier alleen maar zotten gezien en gehoord."

Sindsdien noemt men ons Bruggelingen "Brugse Zotten", en we mogen er nog fier op zijn ook.

Terug

 


Legende 2: Hoe schoane de Brugsche meistjes zien

Dat wij BSK'ers met recht en rede Vlaamse door Brugsche mogen vervangen bewijst volgend verhaal.

Alle schrijvers in de hele wereld hebben het reeds geschreven: de Brugse meisjes zijn de mooiste…
Op 29 mei 1301 kwam Filip de Schone, koning van Frankrijk, Brugge bezoeken. Hij kwam de bevlagde stad binnen langs de Katelijnepoort. Met schetterende bazuinen en een hele rij edeldames met wapperende banieren en zwaaiende rokken kwam hij de Bruggelingen beledigen, nadat hij Graaf Gwijde van Dampierre had gekerkerd. Zij hadden ondertussen Rijsel, Kortrijk en Gent aangedaan en waren er met veel luister ontvangen. 

De Bruggelingen, even tegendraads als nu, hadden hun dames, maîtressen, dochters en kamermeisjes uitgedost met het rijkste en chicste dat er te Brugge werd gesneden en gepast of van overzee werd aangevoerd. Toen de koning en zijn gevolg arriveerden viel er een koele stilte, de poorters bekeken de stoet met kille ogen. De koningin riep nijdig uit: "Ik meende alleen koningin van Frankrijk te zijn en hier zie ik er wel duizenden!" 

Terug in Parijs aangekomen riep de koningin haar twee ooms, Jacques de Châtillon en Robrecht van Artois en beval hen: "Ga naar Vlaanderen. Neemt koorden mee en bindt ze. Neemt zeisen mee en maai hun oogsten af. Brandt hun huizen plat. Neemt messen en snijdt die zeugen hun borsten af."
Maar toen de Fransen met hun ridderleger Vlaanderen binnenvielen, stond Pieter de Conoinck op van achter zijn weverstoel en Jan Breidel van achter zijn kapblok.

Met drieduizend Bruggelingen trokken ze naar de Groeningekouter bij Kortrijk. Daar versloegen ze op 11 juli 1302 de Fransen. De Vlamingen verzamelden zeshonderd Gulden sporen op het slagveld. Vlaanderen was vrij van de Fransen. De Franse ridderdames weenden hun ogen rood om hun gesneuvelde mannen. Maar de Brugsche meisjes, zijn ze niet de braafst, ze blijven de mooiste.

Terug

 


Legende 3: Den Brugsche Beer

De Brugse Beer, ook wel Beertje van de Loge genoemd, is te bewonderen in zijn nis in de Academiestraat. Geleerde bollen beweren dat hij er pas in 1417 werd geplaatst, maar… geleerde bollen hebben altijd ongelijk. 't Was in de tijd dat Vlaanderen nog overdekt was met moerassen, heide en bossen. Onze eerste Graaf van Vlaanderen, Boudewijn met de IJzeren Arm had de mooie Judith geschaakt in Parijs en vluchtte ermee in putje winter van 861 naar de meest onherbergzame streek van het Frankenland, naar Vlaanderen. In die tijd zag het er zwart van de Noormannen en rovers. In de bossen huisden toen nog beren en wolven. 

Toen Boudewijn met zijn ridders door de wouden van Beernem trok, zag zijn gevolg dat hij en de mooie Judith niet meer volgden. Ze keerden om en daar zagen ze hen, Boudewijn, Judith en de beer…
Een beer, maar mensen zo'n een beer hadden ze nog nooit gezien. Een witte beer, nee geen ijsbeer maar een gewone bruine beer die wit van de sneeuw zag. Judith, al even wit van schrik, stond bevend tegen een boom. Voor haar stond Boudewijn voorovergebogen, elke spier van zijn lichaam gespannen en in zijn hand een gevaarlijke speer.
De beer kwam op hem af, brulde, richtte zich op en haalde uit. Boudewijn was vast besloten om zijn Judith tot het uiterste te verdedigen. Met geveld speer kwam hij nader en wanneer de beer zich nogmaals oprichtte, stootte hij toe. Boudewijn werd voor iets Den IJzeren Arm genoemd, hij doorboorde de beer volledig. De beer brulde, voor de laatst keer… Om het Dapper toekijken van zijn ridders te belonen nam Boudewijn hen op in de Orde van de Witte Beer.

In triomf werd de beer meegevoerd naar Brugge. Toen Boudewijn zijn eerste paleis op de Burg liet bouwen, kreeg de opgezette beer een ereplaats in de ridderzaal. Met de jaren kwam de mot erin en toen schonk de burgemeester aan de graaf een stenen beer. 

Veel later ging De Orde van de Witte Beer op in een gilde van speerschermers. Ze hadden hun loge in de Academiestraat en de beer kreeg een plaats in hun gevel. Sindsdien spreekt men van Beertje van de Loge. Op zijn buik draagt Beertje van de Loge nu een wapenschild met twee speren en een jachthoorn. De ring die erin staat is hoogstwaarschijnlijk het symbool voor de trouwring van Boudewijn en Judith.

Dus daarom nog eens met trots: ertje, ertje, ertje, BRUGS BERTJE

Terug

Jimmy Baes,
Praeses BSK 2000-2001
1 juni 2000

Meer verhalen vind je op de site Legendes en Sagen van België
en op de toeristenpagina's van de site van Stad Brugge