Deze tekst dateert van 2000/2001 maar is uiteindelijk, hoofdzakelijk, van alle tijden. (nvdr)

Non est Mutatio Rerum

Commilitones,

Een aantal jaar geleden heb ik in feite al eens gereageerd op de 'kritiek' vanuit de studentikoze gelederen als zou men geen 'zever' moeten vertellen over vroeger en... dat uiteindelijk alle problemen terug te voeren zijn op 'wij werden het niet correct aangeleerd dus 't is onze schuld niet'. Wat volgt is wat ik toen schreef.

Ik heb latent er een tijdje over nagedacht of ik dit zou schrijven of niet. Maar onlangs was ik weer op een cantus waar ik me fameus ergerde en waar ik het ben afgetrapt. Ik ben nogal zat thuis gekomen en heb me aan m'n computer gezet om een en ander van me af te schrijven.

Enerzijds is het geschrevene eigenlijk van een ongehoorde banaliteit en anderzijds heb ik me al jaren zitten druk maken over de "teloorgang" van de studentikoziteit tot op een punt -halverwege jaren '90- dat het me allemaal niet zo veel meer kon schelen.

In mijn tijd werd ik echt verteerd door het studentikoze en folkloristische vuur en op het juiste moment en in de juiste omstandigheden kan ik me, mits voldoende drank of andere geestverruimende artikelen, nog eens zoals vroeger opwinden over een en ander. 't Was ten slotte een paar jaar lang niet zomaar een deel van m'n leven, maar m'n leven tout court.

Ik zal echter proberen om alle emotionaliteit misschien niet volledig te weren dan wel tot een minimum te beperken.

De kracht en zelfs de zin van de studentikoze folklore aan onze universiteit zou -los van haar inhoudelijk verrijkende elementen en de eigen vrijzinnige filosofische overtuiging- haar relatieve tijdloosheid moeten zijn. Idealiter zou een ancien, na jaren afwezigheid, in staat moeten zijn om op een cantus te komen en vaststellen dat misschien de liederenkeuze wel aan wijzigingen onderhevig was, dat er tevens een aantal interne dynamieken accentverschuivingen doormaakten, maar grosso modo zou die ancien er terug zijn eigen studentikoze folklore kunnen ontmoeten in de sfeer, de gezichten en de gezangen.

Het zal niemand die al wat langer actief is verbazen dat dit geen evidentie is, om niet te zeggen 'een geroosterde sneeuwbal'. Het lijkt er op -afgaande op mijn eigen ervaringen en die van de steeds kleiner wordende groep gelijkgestemden- dat die verbondenheid van studenten en oud studenten onder elkaar, met veelal dezelfde ervaringen, dezelfde achtergrond, verdwenen is.

Begrijp me echter niet verkeerd. Ik wil niet zozeer dat men actief inspanningen levert om het cantusgebeuren te betonneren in een voor mij tijdloos stramien, maar ik wil dat de dames en heren studentikozen, praesides en bestuursleden, beseffen waar ze mee bezig zijn. (En ik voer, zonder valse schaamte, aan dat dit helemaal niet meer het geval is.) Ik denk dat dit toch een legitieme eis is, nl. zich als verantwoordelijke of leidinggevende persoon binnen de studentikoze (of andere...) wereld vragen stellen over de essentie, de zin en de inhoudelijke relevantie van waar men mee bezig is. Met een klak rondlopen, een lint omgorden en gehuld in toga's het mooie weer maken schept nu eenmaal (minimale) verantwoordelijkheden en niet enkel voor en in "het hier en nu". Het louter dragen van dergelijke parafernalia toont aan dat er een verleden is, dat er een geschiedenis aan voorafgaat en dat er een evolutie is waar men bewust moet mee omgaan. Men is niet enkel schatplichtig aan alles wat door de "voorgangers" werd verwezenlijkt maar men dient tevens hun inzet/inbreng te respecteren.

Dit klinkt zowel tamelijk negatief, zelfs oubollig reactionair als naïef maar het is nu eenmaal eigen aan elke stroming, vereniging, beweging of wat dan ook, dat die de dieperik in gaat eens men niet meer weet waarmee men bezig is en eens men verandert zonder dit ofwel te beseffen ofwel te kunnen kaderen in een langere termijn-evolutie. Ik pleit er dus helemaal niet voor om alles maar te houden zoals het ooit was, ik pleit er voor om slechts indien nodig én met kennis van zaken én na rijp beraad wijzigingen door te voeren.

Weten waar men vandaan komt staat niet in de weg van "verandering". In tegendeel: veranderingen en evoluties kunnen trouwens enkel als dusdanig erkend, herkend en benoemd worden door hen die de verschillen kunnen zien, appreciëren en evalueren. Anders is "veranderen" eerder een "verglijden naar"...wat nu doorgaat voor studentikoziteit.

Onze universitaire studentikoze folklore verschilde ooit grondig van deze die beleefd werd op hogescholen en andere semi- of para-hogere opleidingen. Die mensen waren -en zelfs in acht genomen de bisjaren en academisch curriculaire foutjes- maximaal een jaar of vier aan hun instelling actief. Los van het feit dat die mensen zich niet echt verdiepten in het organische (en misschien zelfs een beetje orgiastische) van de studentikoziteit, waren er ook geen anciens die hun inbreng konden laten gevoelen (want dat was de meerwaarde van de studentikoziteit aan onze universiteit). Aan dergelijke instellingen en in dergelijke kringen en clubs zat de traditie veel minder diep, waren er geen heilige regeltjes en dus ook geen anciens die bleven afkomen. Met zag er structureel een beperkte liederenkennis, ...en ook qua gebruiken, tradities en 'patin' zat het niet bepaald goed. De gebruiken en (al dan niet symbolische) handelingen werden al vlug voos, vals en leeg. De folklore en studentikoziteit was daar al langer wat het nu ook al geruime tijd aan onze unief is -of ten minste zoals ik het nu aanvoel-: een tijdelijke verkleedpartij zonder inhoudelijk relevante boodschap en zonder project of visie.

Mijn generatie studentikozen kende uiteraard andere spanningsvelden waarmee rekening diende te worden gehouden. Begin jaren tachtig, toen ik aan de VUB kwam, was de studentikoziteit een zeer rechtse, homogene bende zotten. De studentikoziteit was nl. onder invloed van de contestatorische jaren zeventig, waarbij het voor progressieven en linkse studenten helemaal geen evidentie was of zelfs ronduit ondenkbaar was om aan te sluiten bij een kring en studentikoos te gaan doen, uitgegroeid tot een povere, door tunnelvisie geplaagde verzameling aan bloedarmoede leidende groep in zichzelf gekeerde verongelijkten met kramp in de rechter arm. En ook daar daalde de liederenkennis maar werden daarentegen de studentikoze gebruiken nogal eng geïnterpreteerd en verkeerdelijk geglorifieerd, dus, en in feite gelukkig, werd er wel degelijk geadhereerd aan de gebruiken. Da's zo'n 'gelukkig' spanningsveld tussen vorm en inhoud. Hoe inhoudelijk leger iets wordt in een systeem waar men desondanks toch nog aan vast houdt, hoe meer de vormelijkheden naar voren komen en hoe meer men er zich aan vastklampt. M.a.w. de leegte in die optiek was anders dan de leegte nu. Nu is er ook dat jolige relativeren bijgekomen en mede door de inbreng van echte 'kiekens' als Baardje en Morhaye,..en andere eenogen in studentenland is de indruk ontstaan dat men "progressief en/of bevrijdend zijn" zou kunnen aantonen en onderstrepen door steeds minder aandacht te schenken aan de ritualistieke aspecten van de studentikoziteit en door de geplogenheden en gebruiken, liederenkennis en inhoudelijke relavantie op een hoopje te gooien.

Dat is m.i. niet enkel manifest onwaar, het is tevens zeer destructief. En ik hoop dat mensen die in de studentikoziteit actief zijn dit ooit zullen beseffen. Het nadenken over een dergelijke problematiek is evenzeer een plicht van hen die bestuurslid van welke kring ook worden als het dragen van een klak, een lint of een toga....

Maar... verder over de sfeer van de jaren 80. Er waren enkele lichtpunten. De polarisering links-rechts verloor langzamerhand dat al te contestatorische karakter en de influx van studenten die niet doctrinair rechts (of links) waren gaf weer zuurstof aan het geheel. Daarenboven werden er (en dit doorheen de hele geschiedenis van de studentikoziteit) een aantal principes gehuldigd die hun nut als het ware vanaf de Goliarden in de twaalfde eeuw tot op vandaag bewezen hebben en waar zelden of nooit van afgeweken werd.

Eerst en vooral werden cantussen gezien als een geheel en als een sociaal gemeenschappelijk gebeuren. Enkele jaren geleden waren die cantussen of tonzittingen trouwens full option zaken: er was drank, er was een maaltijd en er was tijd en ruimte om te discussiëren... Dat eten is er al vlug van af gegaan maar de colloquia, de opgelegde of spontane vrije versies, de redevoeringen, salamanders en dies meer stelden de verschillende commilito's in staat om elkaar te leren kennen en om te weten waar iemand voor stond. Ook die communicatie is volledig verdwenen, en dat is heel belangrijk.

Te laat komen -zeker wanneer men hengelde naar een Io Vivat- werd afgestraft. Het is trouwens onmogelijk om de interne dynamiek van een cantus te laten groeien en evolueren, te sturen en te leiden, wanneer niet alle deelnemers -behoudens een gebeurlijke uitzondering- aan de cantus er vanaf het begin zijn. M.a.w. wanneer men dit "op tijd komen" laat vallen of er laks op reageert is dit de deur open zetten voor toestanden zoals we die vandaag kennen.

Nu zien we gewoon dat men binnenwipt op een cantus en dat men als praeses wel nog eens naar voren moet om een pint leeg te zuipen na de io vivat, maar alle anderen die binnenkomen kunnen zich gerust gaan zetten en hun ding doen.

Mocht er tegenwoordig in de huidige studentikoze constellatie nog verwacht worden van een praeses dat die de kundigheid bezit en de nodige "vakkennis" in huis heeft om een cantus te sturen, op te bouwen, te leiden,... en dus om iedereen een prettige en studentikoze avond te geven waarbij iedereen de verbondenheid kan ervaren van het samen zingen (ipv brullen, ongeïnteresseerd zijn behalve over waar de volgende joint vandaan moet komen, ...), zou het verbazingwekkend zijn dat zo'n praeses daar niet even bij stil staat. Edoch....

Want uiteindelijk is het heel eenvoudig om dit eerste probleem van de huidige studentikoziteit op te lossen. Op een vast uur beginnen en daarna de deuren sluiten is een minimum. Maar eerst en vooral zouden andere praesides dan de voorzittende, en hun besturen, collegialer kunnen worden en al dan niet afzakken naar de cantus, maar als ze komen moeten ze dit maar op tijd doen. Anderzijds zou het gewoon logisch moeten zijn dat de laatkomers niet enkel studentikoos (ad pistum) op de vingers worden getikt, maar daarenboven gedurende heel het verdere verloop van de cantus node een ondersteunende rol krijgen maar zeker geen eigen spotlight of inbreng. Veelal is het tegenwoordig zo dat men de cantus start met een beschamend kleine corona en dat vanaf tien elf uur de rest van 't schoon volk toekomt (F.A., schareleden en anderen die geacht worden om positieve impulsen te geven aan de studentikoziteit incluis). De rest van 't schoon volk monopoliseert al snel -en met actieve collaboratie van de plaatselijke minus habensen aan de praesidiumtafel- de cantus en zo ontstaat, en dan nog enkel in het beste geval, een andere cantus,... iets wat bezwaarlijk te rechtvaardigen valt ten overstaan van hen die er op tijd waren en die de cantus hielpen opbouwden. Geen praeses maalt daar tegenwoordig nog om. Ook zo'n stupiditeiten ontstaan waar het gaat over "anciens". Anciens die blijven afzakken naar cantussen (zoals ik) worden aanzien als meubilair,..."anciens" die zo per 2 of 3 jaar hun kop eens komen tonen (en meestal zijn dat dan ook de watjes en kiekens uit "onze" tijd, worden binnengehaald alsof ze pontifexen zijn.

Hiermee kom ik op een ander punt (dat nogal oubollig klinkt: Het respecteren van de anciens (en met anciens bedoel ik hier hen die niet meer aan de universiteit zijn of die aan het einde van hun studentikoze carrière zijn beland). Enerzijds zouden dergelijke mensen in een normale gang der zaken wel enige ervaring en kennis 'kunnen' hebben die van nut kan zijn om zowel de continuïteit als het gehalte van de studentikoziteit op peil te houden en mag men ook niet vergeten dat zij zich meer dan waarschijnlijk ook jarenlang en met hun eigen beperkingen of genie hebben ingezet voor die studentikoziteit (wat op zich al respect verdient van hen die het alsnog moeten gaan waar maken), maar anderzijds, en m.i. veel belangrijker, kan men er ook studentikoos-rechtens niet in bestaan -wat beschamend veel gebeurt- om deze mensen ofwel te negeren ofwel aan de schandpaal te nagelen in het bijzijn van een meer dan niet maagdelijke en studentikoos-folkloristisch onwetende corona.

Deze mensen hebben namelijk geen studentikoos forum meer om zich te verdedigen of om te tonen hoe het dan wel moet. Zij organiseren geen cantussen meer, zij zijn geen praeses meer en het getuigt dus van een absoluut gebrek aan respect en studentikoze traditie om die mensen de mantel uit te vegen (te meer daar men dit veelal niet doet vanuit een gezonde redenering over de essentie van waar iedereen in principe mee moet bezig zijn.).

En dat "wij" als anciens geen forum meer hebben wordt nog eens versterkt door de onmogelijkheid om nog een lied samen te zingen (laat staan correct) en door wat ik al zei over het verdwijnen van structurele communicatie op een cantus. Hoeveel studentikozen weten nog wat een colloquium is, hoeveel huidige studenten hebben nog salamanders meegemaakt nadat het systeem door leeghoofdige imbecielen afgemaakt werd door langdradig en zonder enige inspiratie dan hun eigen beperkte plezier te drinken op de kaarsen, de tafels, de glazen en de weersverwachtingen.

Omdat de hele communicatie op een cantus verdwenen is en omdat er blijkbaar ook al jaren geen appreciatie meer is voor het correct aanleren van liederen (toch fundamenten van de cantus) blijft de echte ancien verweesd achter. Ik moet zeggen dat er vroeger veel meer echte anciens naar cantussen bleven komen maar dat dit nu toch al vele jaren quasi onbestaande geworden is. En dat is niet omdat ze nu te veel werk hebben...

Ik heb dat gezien met zeer velen die nog eens terug naar een cantus kwamen zoals mijn copain Vandermeer die als pro-senoir van het BSG op een bepaald moment, enkele jaren geleden, dacht dat hij iedereen een plezier deed door een vrije versie van een liedje voor de corona ten beste te geven, tevens dacht dat hij wel degelijk het woord zou krijgen om een en ander toe te lichten maar werd daar schandelijk uitgejouwd, ook door het praesidium. En over de jaren heb ik zo'n voorvallen meermaals kunnen ervaren. Die mensen weten dus echt niet wat er gebeurt en blijven verweest achter...., en toch is het simpel. Men heeft deze mensen (en ik ben ook al geregeld in die situatie gedrongen) gedesavoueerd en men heeft hen die tijdloze studentikoziteit afgenomen. Dat is iets waar ik mij af en toe nog druk over kan maken. Los van de grote en kleine flaters (en geloof me vrij, die zijn overweldigend in aantal op iedere cantus) en los van het verkrachten van liederen is dat wat mij soms nog eens dwars zit, .... Dat en -omwille van het totaal doorknippen van de traditie en de communicatie op cantussen- de onmogelijkheid om dit kenbaar te maken en er over te laten nadenken. Zo worden wij zonder er ook maar iets aan te kunnen doen, "ambettante zure oude zakken'.

Vroeger hadden wij ook onze "ambettante" oude zakken maar wij luisterden naar hen wanneer we hoorden dat ze een afwijkende versie van een lied zongen (nu hoort men dit zelfs niet eens meer), we lieten hen aan het woord, ze werden uitgenodigd om aan de praesidiumtafel te komen zitten en dies meer. Soms was dit inderdaad niet de moeite maar men kan pas evalueren of het de moeite is wanneer men hen laat spreken, zingen, opmerken, .... Nu is dit niet langer het geval en men doet maar op.

De praesides en bestuursleden nu weten niet noodzakelijk minder dan hun recente voorgangers, maar ze zitten nu wel in een systeem waar niets meer kan rechtgetrokken worden en ze zitten gevangen in een mentaliteit van de prettige, gezellige nietszeggendheid en varen op een relativerende zee van leegte en vrijblijvendheid.

Nogmaals, ... men moet begrijpen dat het respecteren van de anciens en het geven van een forum aan die anciens soms misschien niet gerechtvaardigd is in individuele gevallen, maar dat dit sowieso niet ten behoeve van die anciens zelf is maar van de studentikoziteit en de folklore in haar algemeenheid. Dat is niet rechts of links, niet progressief of conservatief, dat gat over de essentie zelve van onze 'zaak'.

En met dit miskennen van de rijkdom en continuïteit die de ancien zou kunnen vertegenwoordigen én met het negeren van de essentie van een cantus, gooit men zeer veel over boord. Ik; vraag me soms af waarom men nog cantussen organiseert. De liederen ondergaan schrikbarende wijzigingen op vlak van partituur, de gebruiken die decennia en soms zelfs eeuwen doorstonden vlakken af en verdwijnen (salamanders, halve ad fundums???, vrije versies, noem maar op).

Ik heb het al gezegd maar ik ken geen enkele vereniging en geen enkele beweging waar men (los van individuele incidenten) op zo'n onbezonnen en totaal onelegante manier met de "oudere" generatie omspringt als in de huidige studentikoziteit. En dat, ik herhaal het, is zeer waarschijnlijk omdat verenigingen en bewegingen die dit doen verdwijnen,...of een karikatuur worden van zichzelf.

Het zou toch voor iedereen duidelijk moeten zijn dat een studentikoze folklore waarbij de mogelijkheid gehandhaafd wordt dat 60 plussers en 18 jarigen een verbondenheid kunnen voelen door samen dezelfde (ik zeg wel degelijk dezelfde) liederen te zingen en te appreciëren, samen ad fundum drinken (en geen halve ad fundums en dergelijke door democratisering van het onderwijs ingegeven zottigheden meer) en samen de studentikoziteit en folklore te beleven, veel rijker is,.... Ook voor het huidige pontifexen van die studentikoziteit.

Een cantus -en a fortiori de studentikoziteit en folklore- aan de VUB is niet het intellectuele eigendom van de tijdelijke praesides of bestursleden, ze is van iedereen die ooit iets voelde, bijbracht, articuleerde en beleefde binnen dit kader, hoe oud ze ook zijn, hoe beperkt of in tegendeel vol van visie ze ook waren.

Ik heb geen goed woord meer over voor de huidige en reeds enkele voorgaande generaties studenten. Het is tevens duidelijk dat zij er niet mee zullen in hun maag zitten wanneer er uiteindelijk niets meer overeind blijft en dat is net wat mij kwaad kan maken. Kunnen ze aanvoeren "we wisten het niet". Volgens mij niet. Ze doen er in hun structuren en op studentikoze activiteiten alles aan om die kennis en ervaring geen forum te geven en gaan ook zelf niet actief op zoek naar een visie. Ze nemen hun verantwoordelijkheden allerminst op.

Sommigen denken in het bredere kader van deze en dergelijke bespiegelingen dat wat ik neerschrijf getuigt van een normale reactie in de trant van "vroeger was het beter" en sommigen denken dat de studentikoziteit een slingerbeweging is waarbij het niveau stijgt en daalt. (tussen haakjes, niemand die met enige kennis van zaken spreekt zal durven beweren dat de het studentikoziteit goed gaat, wat op zich al iets is om zich over te bezinnen).

Ik heb die studentikoziteit nu al héél veel jaren meegemaakt en ik kan dus -ook door gesprekken met nog ouderen die op mijn talrijke cantussen wel degelijk een forum kregen- stellen dat die slingertheorie ofwel niet opgaat ofwel dat die slinger een tijdspanne moet overtrekken die langer dan 50 jaar moet zijn.

Vroeger dacht ik dat de studentikoziteit veranderde maar nu moet ik afgaande op mijn steeds groter wordende ervaring meer en meer besluiten dan ze in tegendeel kapot gaat. Daar zit ik mee omdat de studentikoziteit voor mij en velen met mij ooit zo fantastisch was en ook op zich zoveel meer te bieden zou kunnen hebben voor de huidige generatie.

Ik heb het -als heroprichter van de Schare en pro-senior van Folklore Academie, praeses van allerlei kringen tot beul van Halewijn- in dit kader nog niet of zeer zijdelings tussen de regels door- over de rol en invloed Schare en Folklore Academie zelf gehad, en ik ben -na het deleten van die passages in mijn oorspronkelijke tekst- ook helemaal niet van plan om er verder woorden vuil te maken. Enkel dit: en mij o.a. baserend op mijn kort bezoek aan de initiatiecantus van FA: wanneer er geen visie en meerwaarde meer aan de Schare en aan F.A. vastzit moet dat zootje met wortel en tak uitgeroeid worden. We hebben enkele jaren geleden -toen Brian Haeck Consul Primus was- met alle (ik zeg wel degelijk alle) prosenioren een brief geschreven waarin we stellen dat we het beschamend vinden om nog als prosenior van die kring geboekstaafd te staan. Dat zegt toch ook iets, nietwaar.

Afsluitend wil ik stellen dat ik hoop dat enkele verlichte geesten in de huidige studentikoziteit ooit voldoende inzicht zullen verwerven om af en toe eens met het schaamrood op de wangen te staan wanneer men "non est mutatio rerum" (verkeerd) zingt.

Dixi.

Hans Willemyns,
Proconsul Primus 1988-1989