Cantussen, een introductie.
Cantussen zijn een belangrijk gebeuren in het leven van een studentikoos persoon. Om je te behoeden voor het niet snappen van wat er aan de hand is tijdens een cantus volgt hier een kleine uitleg.
De grote leider op een cantus is de praeses. Samen met zijn vice en cantor is hij de baas, hij kan straffen uitdelen aan mensen die zich niet gedragen zoals het hoort en kiest samen met zijn cantor de liedjes uit die gezongen worden.
De precieze regeltjes die je moet kennen op een cantus mogen dan wel afschrikwekkend zijn, het zijn er uiteindelijk heel weinig en je leert ze erg snel als je op geregelde tijdstippen de BSG zaal bezoekt om je stem en liederenschat te vormen.
Wanneer de praeses iemand aanduidt om een lied te laten aanheffen (je zingt de eerste twee regels) dan zegt hij “<naam> ad cantandum verbum habes. Daarna doet de aangeduide persoon een (liefst verdienstelijke) poging om het nummer correct voor te zingen. Is dit naar het gedacht van de praeses dan zegt hij “ad omnes” en begint iedereen het liedje te zingen, is dit niet het geval, dan mag die persoon, meestal na het nuttigen van een consummatie om het zingen te bevorderen, nogmaals proberen. Als het echt een ramp lijkt dan zal de praeses medelijden hebben met de oren van de aanwezigen en een nieuwe persoon aanduiden.
Als je als schacht aankomt op de VUB dan ken je weinig liedjes. Het is dan ook geen ramp om eens mis te zingen; al doende leert men zeg maar. Weet je niet hoe het moet dan kan je ten rade gaan bij mensen die rondom jou zitten om ze het te laten influisteren of je gaat gewoon zelfverzekerd rechtstaan, heft je klak ter hoogte van je hart, brengt je liedboek voor je neus en je zingt uit volle borst een vrije versie.
Is het liedje uit, dan zegt de praeses “prosit corona”; de corona antwoordt hierop met “prosit senior” en daarna bepaalt de praeses de hoeveelheid vocht die je tot je mag nemen.
Het is belangrijk om niet te laat te komen op cantussen; dat verstoort de sfeer en wordt meestal niet in dank aanvaardt. Je krijgt een sanctie (drinken) of je wordt ad pistum geroepen om voor de hele corona uit te leggen waarom je te laat was (waarna je alsnog mag drinken).
Komt een praeses of pro-senior van een andere kring binnen dan wordt voor hen een Io Vivat gezongen. Zeg maar een “lang zal hij leven” maar dan in 't Latijn. Daarop komen die mensen naar de praeses (ad pistum ofte in het midden van de corona) en krijgen alsnog een sanctie.
Op een cantus is het uiteraard belangrijk om de stem gesmeerd te houden. Zingen met een droge keel is nefast voor de kwaliteit van de gezongen liederen en dat bevordert ook allerminst de ambiance. Om er voor te zorgen dat de zangers voorzien worden van het geestrijk vocht duidt de praeses op geregelde tijdstippen mensen aan die instaan voor het ronddelen van bier. Deze mensen hebben een erg belangrijke functie; ze halen lege glazen op, wassen ze af, vullen ze opnieuw en brengen ze met zwierig gebaar terug voor de neuzen van de zangers die dit gebaar ten volle zullen appreciëren.
Om je gedurende het eerste jaar te helpen met het hoe en wat wordt je door je kring onder de vleugels genomen. Samen met de andere schachten en de schachtentemmer zit je samen aan een of meerdere tafels, recht tegenover het alziende oog van de praeses.
Zit je ergens mee? Weet je iets interessant te melden? Is de schachtentemmer voor de vierde keer recht achterover op zijn hoofd gevallen en zie je nu een plas bloed de vloer roodkleuren? Dan sta je recht en vraag je het woord aan de Praeses. De geijkte uitdrukking hiervoor is “Senior, verbum peto”, waarna de praeses respectievelijk ‘habes' of ‘non habes' zegt en je dan wél of niét het woord krijgt.
Is het geen waarmee je zit een overvolle blaas dan is het iets makkelijker. Je staat opnieuw recht en vraagt de praeses “Senior, tempus privatum peto” waarna je het antwoord opnieuw krijgt onder de vorm ‘habes' of ‘non-habes'.
Op geregelde tijdstippen wordt de cantus stilgelegd omdat de praeses zelf nood heeft aan wat frisse lucht, omdat de hele bestuurstafel dringend nood heeft aan een plaspauze of gewoon omdat de praeses het beslist. Op zo'n momenten kan iedereen vrijelijk gebruik maken van de tempus commune om een frisse lucht te scheppen of om naar buiten te snellen en daar de broodnodige sigaret of plaspauze of stevige vrijscène in de bosjes te gaan beleven.
Een gouden raad nog, leer zo snel mogelijk je clublied, het Lied Van Geen Taal en het Gaudeamus, dat zijn de drie liedjes waarmee elke cantus begint, deze zijn heel belangrijk. Als je daarnaast ook nog ‘Het Tjechisch Drinklied', ‘De Oude Roldersklacht' en ‘Le semeur' leert zingen kan je de cantus eveneens afsluiten. Alle liedjes tussenin die leer je wel ten gepaste tijde door ze vaak te horen, op een liedjesavond van de Folklore Academie of van je eigen kring.
Vergeet niet je codex, klak en labojas mee te nemen, het zijn dé attributen voor elke cantusganger en onmisbaar om de avond tot een volwaardige belevenis te laten uitgroeien.
Klaas Chielens
Consul Primus 2004-2005
Folklore Academie